Hoewel de lente met rasse schreden nadert, deed de temperatuur op deze zonnige zondagochtend anders vermoeden. Allen ingepakt als Inuïts die uit hun iglo kruipen om naar de zondagse mis van pater Witkap te gaan, daagden de WTC leden één voor één op. Hier en daar hing er nog een vroege ijspegel aan een neus en was ook al eens een wenkbrauw stijf bevroren. Maar deze zeer laag bij de grondse temperaturen konden de Jos echter niet weerhouden met zijn splinternieuw racemachine op te dagen. Nochtans zwoor hij nog vorige week dat hij zijn prijsbeest pas van stal zou halen bij 30 graden en 0,0% kans op neerslag. Blijkbaar had hij een full-option genomen, mét zadel-en stuurverwarming want hij was er nu toch mee aanwezig bij de start. Wij wensen hem bij deze veel geluk met zijn bolide.
Met 15 getrouwen stonden we braaf te wachten op het luiden van de kerkklok tot Stefano di Longo het nodig vond om een vals startschot te geven bij wijze van het keren van zijn maag, nog aangekocht indertijd in de Makro in Machelen toen ze in steraanbieding stond. Maar we kennen onze ellenlange vriend al langer, en niemand bougeerde, behalve Erwin die wakker geschrokken leek en hij luttele seconden na de donderslag bij heldere hemel zijn sectionaal poort opendeed. Hij zou echter slechts even in onze middens vertoeven aangezien hij om klokslag 12 een date had met Destiny, of iemand anders. Nadat het B-team met hun zessen zich op gang had getrokken was het ook tijd voor het A-team om de rossen de sporen te geven. Blijkbaar was Frederick zijn ros wat koppig want het duurde zeker vijf kilometer of meer vooraleer hij aansloot. In plaats van een nieuwe helm had de President misschien beter nieuwe wekkers uitgedeeld voor sommigen, maar het zou geen zicht zijn te fietsen met een klokradio op het hoofd gebonden, en dan dat snoer in uw wiel draaien….
De parcoursbouwer van dienst had een paar parameters in Chat gpt ingevoerd : hoogtemeters in begin van de rit, keerpunt in de buurt van Zemst, 75 kilometer lang en wind in de rug op de terugweg. En bam! Een pracht van een artficieel intelligente rit ontsproot uit het virtueel brein van onze virtuele vriend. Kort na de start konden we de longen al volpompen met koude lucht bij de beklimming van de Lepelstraat in Asse-ter-Heide. De Jelle zijn rugzak trok hem dan al zwaartekrachtgewijs achteruit en met een kleine kloof bereikte hij de top. Maar later op de rit bleek dat hij toch al ergens wat in het zwart was gaan trainen, want enkel op de hellinkjes moest hij hier en daar nog eens lossen. Voor de rest nestelde hij zich in de buik van het peloton als hij eens niet zonder handen reed en zijn boterhammen met humus uit zijn rugzak opdiepte, hierbij de medefietsers kop-en andere zorgen bezorgend en het tegemoetkomend verkeer de berm deed induiken, waarna hij de gevleugelde woorden sprak :”Panikeirt na is allemaul nie zoei!”. Ja, de Jelle is namelijk niet van hier, hij is indertijd van ’t Stad naar de Parking verhuisd en hij is wel wat krachttoeren gewend door als een kamikaze door “het Antwaarps verkiejer te lavere”. Enkel de stopkracht van zijn remmen durft hij al eens te onderschatten. Bij een wel zeer korte stop van zijn twee voorgangers, remde Jelle eveneens vollenbak, schoot naar voor van zijn zadel, uit zijn klipedalen, ging zijn achterwiel omhoog en kwam hij gelukkig met beide voeten op de grond tot stilstand tegen het achterwiel van Jos zijn nieuwe parel. Angstdruppels op diens gezicht verraadden dat hij vreesde zijn omnium al te moeten aanspreken. Maar geen nood, schade noch kwetsuren waren het gevolg van deze noodstop.
Van al die emoties krijgt een mens het al eens op zijn water en daarom werd een korte plaspauze ingelast aan een weide met zwartgevlekte truffelzwijnen die wel zin hadden in een krokante eikel en graag even een harde noot hadden gekraakt. Gelukkig hield de afsluiting stand tegen de vraatzucht van deze alleseters op vier poten. Hadden ze in Jelles rugzak gepast, zouden ze na de rit schoon gedraaid hebben aan het spit op Ingrids binnenkoer. Maar een WTC’er laat zich niet rap uit het lood slaan door een een nog levende Gandaham, en weg waren we.
Het moet gezegd dat Chat gpt een schoon en gevarieerd ritje had afgeleverd, er zat zelfs een nieuwe passage over de A12 in over een fietsersbrug de we nooit eerder namen. En zoals gevraagd, zaten alle obstakels in de eerste 20 kilometer. Hellingen, kasseien, slechte bestrating, na een drie kwartier waren we er vanaf en van dan af aan waren het goed berijdbare, landelijke wegen weliswaar met een strakke bries op de neus. Eens in Zemst, Laar, Leest verkenden we nog de streek van de gemeentenamen die niet langer mochten zijn dan vijf letters. Blijkbaar moet er daar indertijd toch wel een taalkundige beperking hebben gezeten onder de bewoners van dit vlakke land. Want zeg nu zelf, klinkt Baardegem, Herdersem, zelfs Meldert niet veel geleerder dan Laar en Leest. En wat is Laar eigenlijk? Waarschijnlijk bedoelden ze LaarS maar vergaten ze de “S”. Dan zou het nog gepast hebben bij het gezegde :” Schoenmaker blijf bij uw Leest”. Maar nu? En Zemst? Stel dat ge daar geboren werd als lispelaar! Men zou u gans uw leven hebben uitgelachen met die “Z” en “S” in één gemeentenaam. Omdat de streek dus blijkbaar toch wat achtergesteld is, werd de gas dan ook wel nog wat meer opengedraaid zodat we snel weer over het water waren, zijnde het Zeekanaal Brussel-Schelde dat we in Tisselt kruisten.
Op een vijftiental kilometer voor de streep haalden wij ons B-team in dat deze dag 54 kilometer voor de wielen kreeg, weliswaar met dezelfde hoogtemeters in het begin. En dat voor Dirk zijn debuut van het seizoen! Maar blijkbaar is zijn basisconditie meer dan goed genoeg om deze cols te ronden, dat zijn zadel hierbij af en toe eens zakte, werd er met de glimlach en een inbussleutel bijgenomen. Els had blijkbaar ook goed afgezien op de eerste hellingen en dacht dan maar geheel alleen en op zichzelf de toer te volmaken, maar dit was zonder de collegialiteit en de vriendschap gerekend, en besliste de rest op haar te wachten en binnen te loodsen. De ware “Spirit van de WTC”!
Het was nu vandaag ook wel zo dat de hoffelijkheid er deze ochtend vanaf spatte, op iedere “T” of kruispunt waar een auto zowel van links of rechts kwam, steeds stopte de bestuurder zeer charmant en liet ons vriendelijk eerst oversteken. Is het onze nieuwe helm, wie zal het zeggen maar het was precies de dag van de relaxte chauffeur. Tot we echter in de Melkspinde in Baardegem reden, daar kwam een racende zondagsrijder de pret bijna verstoren, waarschijnlijk nog een lijn of vier wit poeder in de neus en nen bol of drie onder de tong waande hij zich Thierry Neuville en kruiste hij ons in een Sahara stofwolk. Gelukkig was Jelle daar weer met zijn gevleugelde woorden “om na is nie te veul te panikere” waardoor de rust in het peloton weerkeerde.
De wind en de hoogtemeters van het begin van de rit hadden er toch wat ingehakt precies want niemand had zin om nog een “bommeken” te gooien en gezamenlijk werd er richting terras gefietst. Eens we ons hadden neergevlijd op het zonovergoten doch frisse terras, diepte Ingrid daar menig patéken en een bus Isobetadine uit haar frigo ter ere van de doop van ons klein. De zoete versnaperingen werden ten zeerste gesmaakt samen met de chips die wat over datum waren en de obligate kazekes en salamikes. Onze geblesseerde vriend, de Scalle bracht ons ook nog een zeer gesmaakt bezoek en we wensen hem en de Jean bij deze heel veel beterschap in hun herstel. Met graagte serveerde Dingen de ene koffie na de andere aan de verkleumde WTC’ers en eens de liggende wipschieters arriveerden was het tijd om huiswaarts te keren, in afwachting van nieuwe avonturen, volgende week.
El Churto